header

Waar gaan we met de BTW naar toe?

27-3-2019

Waar gaan we met de BTW naar toe?

In 1993 gingen de landgrenzen open voor kapitaal, arbeid en verkeer. Hieraan gekoppeld werd een nieuw BTW-systeem ingevoerd voor goederentransacties tussen de EU Lidstaten. De belastbare feiten uit- en invoer werden vervangen door intracommunautaire levering (IC-levering) en intracommunautaire verwerving (IC-verwerving) in combinatie met nieuwe administratieve verplichtingen zoals het indienen van een Opgaaf ICL (thans Opgaaf ICP) en de Intrastat voor statistische doeleinden.

Het systeem werd geïntroduceerd als zijnde tijdelijk. Hoewel het met ingang van 1 juli 2022 inderdaad de bedoeling is het huidige systeem te vervangen, hebben we dus al het 25 jarig bestaan kunnen vieren. “Vieren” is wellicht niet de beste woordkeuze. Het systeem is voor veel ondernemers kostbaar door de genoemde administratieve verzwaring en mede doordat in voorkomende gevallen één of meerdere BTW-registraties in andere Lidstaten nodig zijn.

Vanuit de kant van de belastingautoriteiten is het grote probleem van het huidige systeem de fraudegevoeligheid. Het nieuwe systeem zou daar een einde aan moeten maken. Onder andere wordt een “split payment” overwogen, waarbij de koper de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet betaalt aan zijn leverancier, maar rechtstreeks aan de Belastingdienst.

Vooruitlopend op 1 juli 2022 is besloten om reeds met ingang van 1 januari 2020 een aantal maatregelen te treffen die het bestaande systeem vereenvoudigen. Deze regels worden aangeduid als de “quick fixes”.

  1. De eerste betreft een vereenvoudiging voor “call stock”. Wanneer een leverancier een deel van zijn voorraad neerlegt bij zijn afnemer in een andere Lidstaat, wordt de leverancier geacht een IC-levering te hebben verricht aan zichzelf, gevolgd door een IC-verwerving in de Lidstaat van de afnemer met de verplichting om zich aldaar voor de BTW te laten registreren. Op grond van de vereenvoudiging wordt de overbrenging als het ware (maximaal 12 maanden) genegeerd. Een IC-levering wordt geacht eerst plaats te vinden wanneer de afnemer de goederen tot zich neemt, waardoor op dat moment ook een IC-verwerving geacht wordt plaats te vinden door de afnemer. De registratieplicht komt hierdoor te vervallen. Veel Lidstaten waaronder Nederland hebben nu al een soortgelijke vereenvoudigingsmaatregel.

  2. Wanneer sprake is van een ABC-levering (A verkoopt aan B, B verkoopt aan C, de goederen gaan rechtstreeks van A naar C) tussen 3 ondernemers in 3 verschillende Lidstaten, kan maar één van de twee leveringen een 0% IC-levering zijn. Hiervoor moet worden bepaald aan welke levering het vervoer moet worden toegerekend. Niet altijd even makkelijk. Quick fix nummer 2 bepaalt dat het vervoer alleen wordt toegerekend aan de levering aan B. Echter, indien B een BTW (identificatie) nummer aan A verstrekt van de Lidstaat van vertrek, dan wordt het vervoer toegerekend aan de levering door B. Anders gezegd: indien A over een buitenlands BTW nummer van B beschikt kan het 0%-tarief worden toegepast. Zo niet, dan moet er lokale BTW in rekening worden gebracht.

  3. In de Nederlandse wet staat dat de leverancier in bezit moet zijn van het BTW-nummer van zijn afnemer om het 0%-tarief te mogen toepassen op een IC-levering. Op grond van jurisprudentie is dit evenwel geen vereiste meer. De 3e quick fix herintroduceert het hebben van het BTW-nummer als constitutief vereiste voor het toepassen van het 0% tarief in combinatie met het vermelden van de transactie op de Opgaaf ICP.

  4. Om het eerder genoemde 0%-tarief te mogen toepassen moet worden aangetoond dat de goederen Nederland hebben verlaten. Dit moet aan de hand van “boeken en bescheiden”. Hiervan is evenwel geen wettelijke definitie. Om het bewijs van een IC-levering binnen de EU te harmoniseren somt deze quick fix een aantal documenten op welke kunnen dienen als bewijs.

Hoewel de quick fixes ongetwijfeld duidelijkheid en vereenvoudiging geven, is de levensduur maar van korte duur. In het “2022-systeem” is geen plaats meer voor 0% IC-leveringen. Bij leveringen aan een andere afnemer in een andere Lidstaat zal dan in beginsel het lokale BTW tarief in het land van de afnemer in rekening moeten worden gebracht. Hoewel er al voorstellen zijn om de “pijn” hiervan te verlichten, is het laatste woord over dit systeem waarschijnlijk nog niet gezegd.

Stel een vraag: 

13/106
27-3-2019
Fiscaal nieuws

Waar gaan we met de BTW naar toe?

Waar gaan we met de BTW naar toe?
13/106