header

Het nieuwe pensioenstelsel in een notendop

24-6-2020

Het nieuwe pensioenstelsel in een notendop

Op 12 juni 2020 zijn sociale partners en het kabinet tot een akkoord gekomen over de uitwerking van het in 2019 gesloten Pensioenakkoord voor een compleet nieuw pensioenstelsel. Er moet nog veel worden uitgewerkt, maar dit is inmiddels bekend.

Een gelijkblijvende of vlakke premie

De doorsneesystematiek en premiestaffels worden afgeschaft. In plaats daarvan geldt er voor alle deelnemers binnen de pensioenregeling één gelijkblijvend leeftijdsonafhankelijk premiepercentage. Via de fiscale wetgeving wordt er een maximum vastgesteld. Op dit moment wordt een percentage van 33% genoemd en dit percentage zal periodiek (waarschijnlijk eens in de vijf jaar) worden herzien.

Bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen

De overstap van een premiestaffel naar een gelijkblijvend premiepercentage heeft gevolgen voor de pensioenopbouw van zittende werknemers. Jongere werknemers zullen erop vooruit gaan, oudere werknemers ondervinden juist een achteruitgang en zullen om een compensatie vragen. Uit berekeningen blijkt dat deze compensatielast tot een 40% hogere pensioenlasten kan leiden. Daarom is voor pensioenregelingen, uitgevoerd door verzekeraars en premiepensioeninstellingen, het volgende afgesproken. Huidige deelnemers kunnen pensioenpremie blijven inleggen volgens de huidige premiestaffels en alleen voor nieuwe deelnemers zal de gelijkblijvende premie gelden.

Eerste reactie op voorstel van twee regelingen

Het Verbond van Verzekeraars heeft al laten weten een weeffout te hebben geconstateerd in de gemaakte afspraken. Het aanhouden van twee regelingen bij verzekeraars en premiepensioen­instellingen is complex en duur, beperkt de arbeidsmobiliteit en leidt tot ongelijke behandeling binnen ondernemingen. Over de uitwerkingen van de afspraken voor huidige premieregelingen met een leeftijdsafhankelijke staffel zijn de laatste woorden dus nog niet gezegd.

Snel een nieuwe regeling introduceren?

Er bestaan nu al tientallen pensioenregelingen waarin een gelijkblijvende of vlakke premie wordt gehanteerd. Werkgevers met een dergelijke regeling hebben vooruitgedacht en prijzen zich gelukkig omdat het Pensioenakkoord op hen geen enkele impact heeft. Werkgevers die de stap nog niet hebben gezet naar een regeling met een gelijkblijvende of vlakke premie kunnen dat nu al doen, vooruitlopend op het Pensioenakkoord. De nieuwe regeling kan bijvoorbeeld gelden voor alleen nieuwe deelnemers. Een stap verder is de bestaande regeling om te zetten naar een regeling met een gelijkblijvende of vlakke premie.

Bij pensioenfondsen

Pensioenregelingen uitgevoerd door pensioenfondsen gaan drastisch op de schop. Alle pensioen­regelingen worden tussen 2022 en 2026 omgezet naar een premieovereenkomst. Het pensioen wordt bepaald door de ingelegde premie en het behaalde rendement en zal dus meer fluctueren. Pensioenfondsen kunnen kiezen voor een pensioenregeling volgens het Nieuw Pensioen Contract (NPC) of een pensioenregeling volgens Wet verbeterde premieregeling (Wvp).

Het verschil tussen beide opties is dat de pensioenregeling volgens het NPC een hogere mate van risicodeling en solidariteit kent. Afspraken over deze solidariteit (door middel van het aanhouden van een solidariteitsreserve) moeten nog verder worden geconcretiseerd. De premies en uitkeringen worden berekend op basis van een projectierendement die gebaseerd wordt op verwachte rendementen. Er is dus geen sprake meer van een rekenrente en dekkingsgraden.

Geen kortingen in 2021

Om draagvlak bij sociale partners te creëren, heeft minister Koolmees toegezegd dat pensioenfondsen, die eind 2020 een dekkingsgraad hebben van 90% of hoger, pensioenaanspraken volgend jaar niet hoeven te verlagen. Hiermee worden de afspraken die afgelopen jaar gemaakt waren, om kortingen per 2020 te voorkomen, verlengd. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over een eventuele korting per 2022 en later.

Wat gebeurt er met opgebouwde pensioenaanspraken?

Over de reeds opgebouwde aanspraken is tot op het laatste moment discussie geweest. Het kabinet wil pensioenfondsen namelijk niet verplichten om reeds opgebouwde pensioenaanspraken in te brengen in het nieuwe pensioencontract, het zogenaamde ‘invaren’, ondanks dat dit belangrijke voordelen lijkt te hebben. Pensioenfondsen zijn terughoudend vanwege het risico op rechtszaken door deelnemers die het niet eens zijn met de omzetting. Daarom zijn partijen nu overeengekomen dat oude aanspraken in beginsel worden omgezet, tenzij het pensioenfonds een goede motivatie heeft dit niet te doen. Voor regelingen die niet door een pensioenfonds worden uitgevoerd, is invaren niet aan de orde.

Hoe verder?

Voor deze week staat de achterbanraadpleging van de werknemers- en werkgeversorganisaties op de agenda. Vervolgens zal de hoofdlijnennotitie met uitwerking van het Pensioenakkoord door minister Koolmees aan de Tweede Kamer worden voorgelegd zodat ook de details bekend worden. Dit staat nog gepland voor juni. In 2021 zal de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsvinden.

Deze nieuwsbrief is tot stand gekomen in samenwerking met KWPS | Employee Benefits & Risk Management | www.kwps.nl

Stel een vraag: 

24-6-2020

Het nieuwe pensioenstelsel in een notendop

Het nieuwe pensioenstelsel in een notendop