header

Doorleenvoordeel is geen aandeelhoudersvoordeel

1-10-2020-1

Doorleenvoordeel is geen aandeelhoudersvoordeel

Stel een aandeelhouder leent geld van zijn B.V. om dit bedrag vervolgens weer uit te lenen aan een voormalige schuldenaar van de B.V. De inspecteur wil dan misschien een eventueel rentevoordeel aanmerken als een verkapte winstuitdeling. Maar dan moet hij van Rechtbank Zeeland-West-Brabant bewijzen dat de lening van de B.V. onzakelijk is.

Een man hield indirect een belang van 50% in een B.V. die een assurantiekantoor exploiteerde. In september verkocht de B.V.in 2013 haar verzekeringsportefeuille aan een derde. De B.V. leende deze koper daartoe bedragen van in totaal € 135.000. Op 16 april 2014 leende de B.V. de man een bedrag van € 200.000 tegen 2,5% interest per jaar. Dit bedrag leende hij in diezelfde maand door aan de koper van de verzekeringsportefeuille tegen een interestvergoeding van 12% per jaar. Zowel de man als de koper moest de lening à € 200.000 rond 1 januari 2017 hebben afgelost. De koper loste op 22 april 2014 de schuld van € 135.000 aan de B.V. af.

Rentevoordeel als winstuitdeling?

De Belastingdienst bestempelt het rentevoordeel van 12% -/- 2,5% = 9,5% over de lening van € 200.000 als een verkapte winstuitdeling. Volgens de fiscus heeft de B.V. de man een voordeel doen toekomen door de lening via hem te laten lopen. Daarnaast neemt de inspecteur bij de man een verkapte winstuitdeling in aanmerking omdat hij over de jaren 2015 en 2016 geen rente heeft betaald aan de B.V.

Zakelijke leningsvoorwaarden

De man gaat echter in beroep. De rechtbank verwerpt de stelling van de fiscus dat de man de lening aan de koper heeft overgenomen. De koper heeft immers de oude lening afgelost, zodat de lening van € 200.000 een nieuwe financiering vormt. Verder zijn de overeengekomen interestpercentages en leningsvoorwaarden zakelijk. De man heeft wel een hoge rente bedongen, maar hij heeft ook te make met een ander risicoprofiel. De rechtbank oordeelt daarom dat het renteverschil geen verkapte winstuitkering is. Het niet betalen van de interest aan de B.V. vormt wel een aandeelhoudersvoordeel. Omdat de zoon van de man ook een indirect belang van 50% in de B.V. heeft, is maar de helft van de onbetaalde rente bij de man belast.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 december 2020 (gepubliceerd 4 januari 2021), ECLI:NL:RBZWB:2020:6531, AWB 18/4587 

Stel een vraag: 

20/162
1-10-2020-1

Doorleenvoordeel is geen aandeelhoudersvoordeel

Doorleenvoordeel is geen aandeelhoudersvoordeel
20/162