header

Accountant en adviseur in het boete-vizier

account en adviseur in het boete-vizier

Accountant en adviseur in het boete-vizier

In 2009 werd de zogenoemde vierde tranche van de Algemene Wet Bestuursrecht ingevoerd. Onderdeel daarvan was dat het in het vervolg ook een bestuurlijke boete niet alleen op te leggen aan de belastingplichtige, maar ook aan de zogenoemde medeplegers.

Het is algemeen bekend dat de Belastingdienst boetes oplegt indien door toedoen van de belastingplichtige (of aan de belastingplichtige toe te rekenen handelingen van bijvoorbeeld zijn accountant of adviseur) te weinig belasting is geheven. Boetes die in principe kunnen oplopen tot 100% van de te weinig geheven belasting, maar in de praktijk vaak 25% tot 50% bedragen. Op grond van de vierde tranche kunnen echter ook bijvoorbeeld betrokken medewerkers van de belastingplichtige (directeur, boekhouder) of bijvoorbeeld de accountant of adviseur een boete opgelegd krijgen. Deze boete komt dan naast de boete die aan de belastingplichtige wordt opgelegd.

Bij de introductie van de vierde tranche werd door de staatssecretaris aangegeven dat er zeer terughoudend met dit middel zou worden omgesprongen, en zulks geschiedde ook. Jarenlang werd niets tot nauwelijks iets vernomen over de inzet van dit middel. Afgelopen jaar zijn er echter twee uitspraken gepubliceerd, die erop lijken te wijzen dat het beboeten van de zogenoemde medepleger tegenwoordig vaker als sanctiemiddel van stal wordt gehaald.

Zo werden een notaris die meewerkte aan een onjuist verzoek om teruggave van overdrachtsbelasting, maar ook een directeur grootaandeelhouder die er niet op toezag dat over een jaar te suppleren BTW ook daadwerkelijk werd aangegeven op een stevige prent getrakteerd. Viel de boete in het tweede geval nog mee (in eerste instantie € 5.000, door de rechtbank verminderd tot 1.000), de notaris in het eerstgenoemde geval was eens stuk minder fortuinlijk: de boete van oorspronkelijk €72.000 werd verlaagd naar € 30.600.

Of hiermee inderdaad een ontwikkeling in gang gezet is zal de komende tijd moeten blijken. Indien dat het geval is, betekent dat bijvoorbeeld voor directeuren maar ook voor accountants dat zij nog scherper op moeten letten of aan de fiscale verplichtingen wordt voldaan. Bijvoorbeeld een uit de boekhouding blijkende verplichting tot suppletie van de BV, die achterwege wordt gelaten in verband met liquiditeitsproblemen, kan dan al tot een (wellicht forse) boete leiden.