header

ABC, 123

ABC

ABC, 123

In 1970 zong de The Jackson 5 al “ABC, 123” misschien wel een verwijzing naar een nieuw begin in de popmuziek. Binnen de omzetbelasting (BTW) heeft ABC een geheel andere betekenis.

Indien A goederen verkoopt aan B, B deze goederen doorverkoopt aan C en de goederen worden door A rechtstreeks bij C afgeleverd, is sprake van een zogenoemde ABC-levering. Op grond van een wettelijke bepaling zijn er dan voor de BTW 2 leveringen A-B respectievelijk B-C. Indien de leveringen in één lidstaat plaatsvinden, is er weinig aan de hand. Het wordt lastiger wanneer de partijen in 3 verschillende lidstaten zijn gevestigd. Het staat in ieder geval vast dat er maar sprake kan zijn van één intracommunautaire levering. Met andere woorden, A verricht een intracommunautaire 0% levering aan B en B verricht een binnenlandse levering in de lidstaat van C of A verricht een binnenlandse levering in zijn eigen lidstaat gevolgd door een intracommunautaire 0% levering door B aan C. Maar wat is nu juist?

Indien het vervoer door of namens A geschiedt, is de levering van A de intracommunautaire levering. Indien C vervoert, is de intracommunautaire levering B-C. In 2010 is door het Europese Hof van Justitie bepaald indien B vervoert en de macht om als eigenaar over de goederen te beschikken al op C is overgegaan, voor de aanvang van het vervoer, B-C de intracommunautaire 0% levering is. Maar indien A van de doorverkoop aan C niet op de hoogte is, mag hij toch uitgaan van een intracommunautaire levering. Omdat het in veel gevallen te prefereren valt om A-B als intracommunautaire 0% levering aan te kunnen merken (dit voorkomt registratie van B in de lidstaat van A), is dit in de literatuur ook wel eens aangeduid als het “don’t ask, don’t tell-principe”.

In het kader van bestrijding van BTW-fraude heeft de Europese Commissie in oktober 2017 een nieuwe Richtlijn voorgesteld die in met ingang 1 januari 2019 in de nationale wet moet zijn opgenomen en dan ook van toepassing zal zijn.

Inzake vervoer door B is in deze richtlijn opgenomen dat de levering A-B de intracommunautaire levering is indien B geïdentificeerd is in een andere lidstaat dan die van vertrek en B aan A de lidstaat van aankomst heeft medegedeeld. Met andere woorden, uitgaande van het Hof van Justitie is het vaak beter je mond te houden, maar op grond van de Richtlijn is het, indien je A-B als intracommunautaire levering wilt hebben, juist wel goed om A op de hoogte stellen.

Daar komt nog bij dat de regeling uit de Richtlijn alleen van toepassing zal zijn, indien A en B zijn aangemerkt als “geïdentificeerd belastingplichtige”. Geïdentificeerd belastingplichtige? Dit begrip is ook opgenomen in de Richtlijn en houdt kort gezegd in dat men van onbesproken gedrag moet zijn, zowel fiscaal als strafrechterlijk, de administratie goed op orde moet hebben en er sprake moet zijn van financiële solvabiliteit.

Het bovenstaande heeft tot gevolg dat indien A (of B) te maken heeft met zowel geïdentificeerde belastingplichtigen als niet-geïdentificeerde belastingplichtigen, er 2 verschillende regimes (Hof van Justitie en Richtlijn) van toepassing zijn om te bepalen wat nu de intracommunautaire 0% levering is. Ongetwijfeld goed in het kader van de fraudebestrijding, maar het maakt het er niet makkelijker op.

Gezien het bovenstaande is het wellicht eens tijd om binnen de onderneming de intracommunautaire ABC-transacties (nog) eens aan een onderzoek te onderwerpen.

Stel een vraag: 

109/163
ABC

ABC, 123

ABC, 123
109/163