• 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Hoge Raad: etikettering van een huurrecht als ondernemingsvermogen leidt ertoe dat de huisvestingskosten volledig ten laste van de winst kunnen worden gebracht. Hiertegenover dient, vanwege het privégebruik van de woning, een bijtelling te worden toegevoegd.

Een ondernemer in de bouw verrichtte nevenwerkzaamheden voor zijn onderneming vanuit zijn werkkamer in een gehuurde woning. Het ging hierbij om werkzaamheden als acquisitie, het plannen van werkzaamheden en het bijhouden van de administratie. De werkkamer vormde niet een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van een woning. De ondernemer had het volledige bedrag van de huisvestingskosten van € 9.835 voor aftrek in aanmerking genomen en € 2.700 als onttrekking voor privégebruik bijgeteld.

Bedrijfsmiddel?
Het hof was van mening dat het huurrecht geen bedrijfsmiddel vormde, waardoor niet werd toegekomen aan de vraag of het huurrecht verplicht ondernemingsvermogen, verplicht privévermogen of keuzevermogen was. Het hof nam het standpunt in dat de kosten ter zake van de woning moesten worden aangemerkt als ondernemingskosten, voor zover deze verband hielden met de werkkamer. Artikel 3.16 Wet IB 2001 stond volgens het hof echter aan aftrek in de weg, aangezien de werkkamer naar verkeersopvatting niet een zelfstandig gedeelte van de woning vormde.

Ondernemingsvermogen
De Hoge Raad deelde deze mening niet. Volgens de Hoge Raad kon een huurrecht dat (mede) voor de ondernemingsuitoefening werd gebruikt, ondernemingsvermogen vormen. De etikettering van het huurrecht als ondernemingsvermogen had tot gevolg dat het gehele bedrag van de huur ten laste van de winst kon worden gebracht en dat daartegenover vanwege het privégebruik van de woning (artikel 3.19, lid 1, Wet IB 2001) te bepalen bedrag aan de winst diende te worden toegevoegd. Deze bijtelling betrof mede de werkkamer.

Geen aftrekbeperking
Volgens de Hoge Raad diende artikel 3.16, lid 1, Wet IB 2001 zo te worden gelezen dat onder "een tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning" mede moest worden begrepen een tot het ondernemingsvermogen behorend huurrecht van een woning. Aangezien in dit geval vaststond dat het huurrecht ondernemingsvermogen vormde, kwam de in artikel 3.16, lid 1, Wet IB 2001 neergelegde aftrekbeperking niet aan de orde.

Bron: Taxence, 18 augustus 2016

TEKZ Belastingadviseurs

072 515 81 17

KVK:

37158306