• 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

‘Tik ‘m aan ouwe….’ zouden mijn zoon en dochter zeggen. Het voelt namelijk best goed om gelijk te krijgen. Aan de andere kant is het ook wel betreurenswaardig. Nog ruim voor de inwerkingtreding van de Wet DBA (de afkorting hoef ik niet meer uitleggen) schreef ik het volgende:

“(…) Verder is het een raadsel waarom VNO-NCW, MKB-Nederland en PZO-ZZP denken dat de Wdba een adequaat alternatief is voor de VAR. Het lijkt mij dat zij in geen geval hebben geluisterd naar fiscalisten uit de praktijk noch hebben zij hun oren te luisteren gelegd bij hun achterban. Ik zou zeggen: Welterusten! Hoe vaak moet het uitgelegd worden: de Wdba biedt niet meer zekerheid! Je kunt op je klompen aanvoelen dat de (model)overeenkomsten leiden tot een systeem met meer papieren rompslomp (papier is geduldig), waarbij opdrachtgevers geheid zullen aanlopen tegen naheffingen. (…). Het gevolg is dat er oeverloos gediscussieerd gaat worden of de (model)overeenkomst wel gehanteerd had mogen worden of dat er wel conform de overeenkomst is gewerkt, want volgens de Belastingdienst was er sprake van een dienstbetrekking en uiteindelijk wordt er gewoon een naheffingsaanslag opgelegd. De zzp- en werkgeverorganisaties zien of weten blijkbaar iets wat ik over het hoofd zie. Maar goed, onbegrijpelijk blijft het. (…).”

Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te begrijpen dat de Wet DBA niet zou gaan werken. Wat nog veel treuriger is, is dat VNO-NCW, MKB-Nederland, FNV Zelfstandigen, PZO-ZZP en allerlei politici nu over elkaar heen duikelen om de Wet DBA af te fakkelen en dat terwijl zij zeer vergenoegd de Wet DBA - om mij nog steeds onduidelijke redenen - omarmden. Er gaat vrijwel geen week voorbij of er worden door de dames en heren in de Tweede Kamer, vele Kamervragen gesteld. Die vragen hadden ze beter kunnen stellen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wet DBA in plaats van achteraf. Immers, dan hadden ze hun controlerende taak kunnen uitoefenen. Door de vragen te stellen ná de invoering van de Wet DBA, geef je feitelijk een brevet van onvermogen af.

De zogenaamde oplossingen die door voorgenoemde partijen worden aangedragen voor de reeds nu al falende Wet DBA, variëren van het beoordelen van de hoogte van het uurloon tot het twee jaar in de ijskast zetten. Dat zijn natuurlijk geen oplossingen, maar schijnbewegingen om het eigen schrijnende onvermogen te maskeren. Nu hoor ik u denken: ‘lekker makkelijk om langs de zijlijn te roepen, maar wat is de oplossing dan wel?’ Welnu, die oplossing is eigenlijk best makkelijk: De VAR moet terugkomen en alle capaciteit die nu wordt ingezet om overeenkomsten te beoordelen, voorlichting te geven en Kamervragen te beantwoorden, kan worden ingezet om de VAR te handhaven.
Tik ‘m aan ouwe…, maar je moet ‘m wel ontvangen… Hoe simpel kan het zijn?

Over de auteur
Roy Vliese
Fiscaal jurist
Roy Vliese is gespecialiseerd in loonheffingen, (internationale) sociale zekerheid, lucratief belang en werknemersparticipaties. Roy Vliese is tevens verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit
Meer columns van deze auteur:

TEKZ Belastingadviseurs

072 515 81 17

KVK:

37158306